Verplicht afzeilen bij levensmiddelen

1 januari 1970 verplicht afzeilen bij levensmiddelen.

Ik herinner mij toen ik verse zuivel vervoerde met een open laadbak, wij op 1 januari 1970 in opdracht van de warenwet verplicht, op straffe van een geldboete, de vracht met volle flessen zuivel moesten afdekken/afzeilen ter bescherming tegen zonlicht, vuil en stof, terwijl lege emballage nog open en bloot vervoerd mocht worden.

Gelukkig voor ons was het merendeel van ons wagenpark bij De Combinatie al vervangen door geïsoleerde opbouw en hadden we er niet zo veel last meer van. Het was ook een heel gedoe met die zeilen vooral met regen en harde wind en het goed vastzetten ervan zodat de rijwind er geen vat op kreeg.

Het Algemeen Voorschrift van 1971


Op 1 januari 1971werd het vernieuwde Algemeen Voorschrift (Warenwet)van kracht.

Dit was de voorloper van de latere HACCP- en hygiënecodes.

De kern van de wet: Alle transportmiddelen voor open of kwetsbare levensmiddelen moesten zo zijn ingericht of afgedekt dat de waren beschermd waren tegen "verontreiniging en nadelige invloeden van buitenaf" (zoals uitlaatgassen, roet, straatvuil en direct zonlicht).

 

Waarom niet voor emballage: De wet richtte zich puur op de bescherming van de inhoud(de eet- en drinkwaren). Lege flessen en kratten waren restproducten die voor hergebruik eerst grondig industrieel gereinigd en gesteriliseerd werden in de fabriek, waardoor open vervoer wettelijk geen gevaar voor de volksgezondheid opleverde.

 

De hoogte van de boetes.

 

De Keuringsdienst van Waren controleerde hier destijds streng op, vaak in samenwerking met de Rijkspolitie. Omdat overtredingen van de Warenwet onder de Wet op de economische delicten vielen, waren de straffen fors:

 

Maximale wettelijke boete: Afhankelijk van de exacte kwalificatie van de overtreding (een overtreding of misdraging binnen de WED) lag de maximale boetegrens in die jaren tussen de ƒ 5.000,- en ƒ 10.000,- gulden, of een gevangenisstraf van maximaal zes maanden

 

In de praktijk: Voor een chauffeur of transporteur die de lading niet (goed) had afgezeild, werd er meestal een direct schikkingsvoorstel (transactie) aangeboden om een rechtszaak te voorkomen. Dit bedrag lag in de beginjaren '70 meestal tussen de ƒ 50,- en ƒ 250,- gulden, wat voor die tijd (gezien de toenmalige lonen) een flinke aderlating was.

 

De controleurs van de Keuringsdienst van Waren stonden in die jaren bekend als streng en onwrikbaar; hygiëne en volksgezondheid stonden destijds hoog op de agenda bij de overgang naar modernere distributie.

Ik kwam toen ook nog regelmatig bij één van de melkuitgiftedepots in de Rotterdamse wijken of Schiedam om de vracht te lossen en dat was vaak nog met een open laadvloer.

 

De N.V. Melkinrichting De Combinatie Rotterdam was een begrip in de regio, met die bekende grote fabriek aan de Ludolf de Jonghstraat 85 in Overschie en zijn vele melkuitgiftedepots verspreid over de stad en Schiedam.

 

Een melkwijk rijden, met bijrijder, betekende s'nachts om 3 uur beginnen en daarna nog een ritje naar een van de uitgiftedepots. Dat betekende zelf laden vanaf een kettingbaan. Lossen deed je met 1 kratten naast de wagen op de grond, daar weer 2 kratten bovenop en 3 kratten schuivend uit de laadbak er op en dan de stapel van 6 kratten weg hobbelen [was ook een slag] richting koelcel, daar nam de uitgifte medewerker het van je over, dat was pas echt loodzwaar pionierswerk. Een melkkrat met twaalf volgepakte glazen literflessen woog al snel zo'n 20 kilo, wat betekende dat je per werkdag, retour emballage meegerekend ongemerkt tonnen aan gewicht door je handen liet gaan. Dit vroege en fysieke werk vormde de absolute ruggengraat van de destijds voedselvoorziening in de stad.

De Combinatie uitgifte Bothastraat midden filiaalhouder Wijter Barendrecht

De Combinatie Hooglandstraat uitgifte station 1958

De Combinatie melkuitgiftedepots

 

Texelsestraat 23 [Carnisse] - Kameliastraat 59 [Bloemhof] - Dordtsestraatweg 583 [Vreewijk] - Bothastraat 61 [Afrikaanderwijk] - Waterloostraat 107 [Kralingen] - Hooglandstraat 158 [Noorden] - Kleine Visserijstraat 67 [West] - Laurens Costerstraat 32a [Schiedam] - Pernissestraat 13 [Schiedam] - Boterstraat 77-79 [Schiedam]


Strikte deadline tijd: De uitgiftedepots moesten in de middag absoluut vol staan voor de volgende ochtend als de zelfstandige melkboeren rond 6 uur hun bezorgwagens kwamen laden. Als ikzelf nog eens terugdenkt aan die tropenjaren bij De Combinatie, stel ik mijzelf wel eens de vraag, hoe hield ik en mijn collega's dit zware werk fysiek vol jaar in, jaar uit.

De omslag naar geïsoleerde opbouw

 

Die snelle overgang naar een geïsoleerde opbouw (en later de koelmotor) was een cruciaal kantelpunt in de geschiedenis van het geconditioneerd transport.

 

De Warenwet: Net zoals de afdekplicht uit 1971, scherpte de Warenwet de regels voor de maximale temperatuur van verse zuivelproducten tijdens het transport steeds verder aan.

 

Einde van het zeil: Melk moest koud blijven om bacteriegroei tegen te gaan. Canvas dekkleden boden simpelweg nul isolatie tegen de zomerhitte. De dichte, geïsoleerde opbouw loste dat probleem direct op en maakte bovendien een einde aan het zware gevecht met harde wind en bevroren zeilen in de winter.

 

De Combinatie reed in de jaren 60 al met die sandwichpanelen geïsoleerde carrosserieën van Heiwo Wolvega, het liet zien dat het bedrijf destijds qua transporttechnologie zijn tijd veruit vooruit was.

Hans Klingenberg. Geplaatst: 12 augustesi 2026

Terug naar boven ↑

Pagina 84

©